Jeugdwet

De Jeugdwet beoogt hulp te verlenen in opvoedingssituaties en kinderen te beschermen in bedreigende omstandigheden. Het gaat om minderjarige kinderen. Opvoedingsproblemen kunnen gelegen zijn in psychische problemen, verstandelijke of lichamelijke beperkingen van het kind, dan wel in opvoedingsproblemen van de ouders. Het gemeentelijke beleid is gericht op:

  • vroege signalering en preventie van opgroei- en opvoedingsproblemen;
  • versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen;
  • bevorderen van de opvoedvaardigheden van de ouders;
  • herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren;
  • bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit;
  • integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders, indien sprake is van multiproblematiek.

De Jeugdwet wil bevorderen dat kinderen opgroeien tot zelfstandige burgers die volledig kunnen participeren in de samenleving. Ook de Jeugdwet zet in op een zo groot mogelijke eigen bijdrage van ouders en kinderen aan gezond opgroeien. Specialistische hulp kan bestaan uit opvoedingsondersteuning, ambulante jeugdhulp of – in ernstige gevallen – opname in een externe instelling. Kinderbeschermingsmaatregelen, voorvloeiend uit uitspraken van de Raad voor de Kinderbescherming of de Rechtbank, worden door de gemeente tot uitvoering gebracht.